
Grasaren bij honden: zo herken, voorkom en behandel je dit gevaar
, door Michael van Wassem, 13 min lezen

, door Michael van Wassem, 13 min lezen
Grasaren lijken onschuldig, maar voor honden kunnen ze voor flinke problemen zorgen. Deze droge, scherpe zaden van wilde grassen hebben kleine weerhaakjes. Daardoor blijven ze makkelijk hangen in de vacht en kunnen ze zich langzaam een weg banen richting de huid, oren, neus, ogen of poten van je hond. Juist doordat een grasaar maar één kant op beweegt, kan hij steeds dieper kruipen en veel pijn, ontsteking of schade veroorzaken. Vooral in de lente en zomer, wanneer grassen bloeien en verdrogen, is het risico extra groot. Dierenartsen zien grasaren vaak in oren, tussen tenen, in de neus, bij de ogen en onder de huid.
Grasaren zijn de zaadaren van bepaalde grassoorten. Ze worden ook wel “kruipers” genoemd, omdat ze door hun vorm en weerhaakjes steeds verder kunnen bewegen. Als ze nog groen zijn, vallen ze vaak minder op. Zodra ze uitdrogen, worden ze geel, hard en breken ze makkelijk af. Dan blijven ze sneller in de vacht van je hond hangen. Eén wandeling door hoog, droog gras kan al genoeg zijn om meerdere grasaren mee naar huis te nemen. Vooral honden die graag door bermen, velden, ruige grasstroken of losloopgebieden rennen, lopen extra risico.
Het gevaar zit vooral in de scherpe punt en de weerhaakjes. Een grasaar prikt niet alleen, maar kan ook blijven doordringen. In de poot kan hij tussen de tenen kruipen en een pijnlijke zwelling of ontsteking veroorzaken. In het oor kan hij veel pijn geven en zelfs richting het trommelvlies bewegen. In de neus kan hij zorgen voor heftig niezen, bloedverlies of irritatie. Komt een grasaar bij het oog terecht, dan kan dit snel pijnlijk en gevaarlijk worden. In zeldzamere gevallen kunnen grasaren dieper in het lichaam terechtkomen en ernstige klachten veroorzaken. Daarom is snel herkennen en handelen belangrijk.
Grasaren komen vooral voor vanaf het late voorjaar tot en met de zomer, wanneer grassen langer worden, bloeien en daarna uitdrogen. In droge periodes worden de aren harder en breken ze sneller af. Je ziet ze vaak langs stoepen, in bermen, op veldjes, bij sloten, in parken, langs wandelpaden en in slecht gemaaide grasstroken. Ook in eigen tuin kunnen grasaren ontstaan als gras te lang blijft staan. Een kort rondje in de wijk is dus niet automatisch veilig; juist langs stoepen en parkeerplaatsen staan vaak plukken wild gras met aren.
Elke hond kan last krijgen van grasaren, maar sommige honden zijn gevoeliger. Langharige honden nemen grasaren makkelijker mee in hun vacht. Honden met hangoren hebben meer kans dat een grasaar in of rond het oor blijft hangen. Actieve honden die door hoog gras rennen, jachthonden, speurhonden en honden die veel loslopen in natuurgebieden lopen ook meer risico. Daarnaast kunnen honden met veel haar tussen de tenen grasaren sneller vasthouden, waardoor de aar ongemerkt in de huid kan prikken.
De klachten hangen af van de plek waar de grasaar zit. Let vooral op plotseling gedrag dat direct na een wandeling ontstaat. Veelvoorkomende signalen zijn heftig niezen, schudden met de kop, krabben aan het oor, scheef houden van de kop, likken aan één poot, kreupel lopen, zwelling tussen de tenen, een rood of pijnlijk oog, piepen, onrust, veel likken aan een plek of een bultje onder de huid. Een hond kan door een grasaar veel pijn hebben, ook als je aan de buitenkant nog niets ziet.
Een grasaar tussen de tenen is een van de meest voorkomende problemen. Je hond kan plots mank lopen, veel aan één poot likken of bijten, de poot optillen of gevoelig reageren als je de tenen aanraakt. Soms zie je een klein gaatje, roodheid, pus, zwelling of een bultje tussen de tenen. Het lastige is dat een grasaar snel onder de huid kan verdwijnen. Zie je de aar los in de vacht zitten, dan kun je hem voorzichtig verwijderen. Zit hij vast in de huid of zie je alleen zwelling of pijn, dan is een dierenarts nodig.
Bij een grasaar in het oor zie je vaak dat je hond ineens veel met de kop schudt, aan het oor krabt of de kop scheef houdt. Sommige honden piepen of willen niet dat je het oor aanraakt. Probeer nooit met een pincet, wattenstaafje of olie in het oor te werken. Je kunt de grasaar dieper duwen of het oor beschadigen. Een dierenarts kan met de juiste apparatuur in het oor kijken en de grasaar veilig verwijderen. Als de aar te diep zit, kan verdoving of narcose nodig zijn.
Een grasaar in de neus herken je vaak aan plotseling, heftig en aanhoudend niezen. Soms komt er bloed uit één neusgat of wrijft je hond met zijn neus over de grond. Dit kan direct na de wandeling beginnen. Omdat een grasaar in de neus niet zomaar terug naar buiten komt, is het belangrijk om snel contact op te nemen met de dierenarts. Wachten kan ervoor zorgen dat de aar dieper komt te zitten en moeilijker te verwijderen is.
Een grasaar bij of in het oog is altijd serieus. Let op knijpen met het oog, tranen, roodheid, zwelling, wrijven met de poot of gevoeligheid voor licht. Het oog is kwetsbaar en een scherpe grasaar kan irritatie of beschadiging veroorzaken. Spoel alleen voorzichtig met steriele oogspoeling als je dat in huis hebt en je hond dit rustig toelaat, maar ga daarna alsnog naar de dierenarts. Trek niet zelf aan iets dat in of achter het ooglid lijkt te zitten.
Grasaren blijven ook vaak hangen op warme, harige plekken zoals oksels, liezen, buik, borst en rond de staart. Daar kunnen ze in de huid prikken en een ontsteking veroorzaken. Je ziet dan soms een rood plekje, bultje, korstje, pus of een plek waar je hond obsessief aan likt. Omdat grasaren onder de huid kunnen migreren, is het belangrijk om niet alleen de zichtbare plek te behandelen, maar de oorzaak te laten verwijderen.
Controleer eerst rustig waar je hond last van heeft. Kijk tussen de tenen, in de vacht, rond de oren, oksels, liezen, buik, staartbasis en bij de ogen. Zie je een losse grasaar in de vacht, haal die voorzichtig weg met je vingers of een pincet. Zie je dat de aar in de huid zit, in het oor zit, bij het oog zit, in de neus zit of veroorzaakt je hond duidelijke pijn? Bel dan de dierenarts. De enige echte oplossing bij een vastzittende grasaar is verwijderen; alleen zalf of antibiotica lost het probleem meestal niet op zolang de grasaar aanwezig blijft.
Ga niet peuteren in de neus, het oor of het oog van je hond. Gebruik geen wattenstaafjes in het oor. Knijp niet hard in een zwelling om te kijken of er iets uitkomt. Trek niet aan iets dat half onder de huid zit als je niet zeker weet wat het is. Wacht ook niet dagenlang af bij pijn, niezen, kreupelheid, zwelling of een rood oog. Hoe langer een grasaar blijft zitten, hoe groter de kans op ontsteking, meer pijn en een lastigere behandeling.
De behandeling hangt af van de plek en hoe diep de grasaar zit. Soms kan de dierenarts de aar direct verwijderen. Bij een grasaar in het oor, de neus, onder de huid of tussen de tenen is soms verdoving, narcose of een kleine ingreep nodig. Bij zwelling of ontsteking kan aanvullende behandeling nodig zijn, maar het belangrijkste blijft dat de grasaar zelf wordt gevonden en weggehaald. Bij diepere of lastig vindbare grasaren kan verder onderzoek nodig zijn.
Voorkomen begint bij slim wandelen. Vermijd in de risicomaanden plekken met hoog, droog gras. Loop liever op goed gemaaide paden, brede bospaden of stoepen zonder verwilderde grasranden. Laat je hond niet door bermen met droge pluimen rennen. Zeker bij honden met lange vacht, hangoren of veel haar tussen de tenen is het slim om na elke wandeling een vaste controle te doen. Die paar minuten kunnen veel pijn en dierenartskosten voorkomen.
Maak van controleren een routine, net zoals je controleert op teken. Begin bij de poten en kijk goed tussen de tenen en onder de voetzolen. Ga daarna langs de oren, oksels, liezen, buik, borst, staart en vacht rond de kop. Borstel langharige honden goed door. Voel met je handen of je harde, scherpe stukjes in de vacht merkt. Een grasaar die nog los in de vacht zit, is meestal makkelijk te verwijderen. Een grasaar die je mist, kan later een groot probleem worden.
Een goed verzorgde vacht maakt het lastiger voor grasaren om verborgen te blijven. Houd het haar tussen de tenen kort, vooral bij honden met veel voetbeharing. Controleer ook de beharing rond de oren, oksels en liezen. Regelmatig borstelen helpt om grasaren, takjes, zand en ander vuil uit de vacht te halen. Voor langharige honden kan een trimbeurt in de zomer praktisch zijn, niet omdat de hond kaal moet, maar omdat risicoplekken overzichtelijker worden.
Heb je grasaren in je tuin, pak ze dan aan voordat ze uitdrogen en uit elkaar vallen. Maai het gras op tijd, verwijder gemaaide aren direct en trek losse pollen met zaadaren waar mogelijk uit. Gooi ze liever bij het groenafval dan dat je ze laat liggen, want gedroogde aren blijven gevaarlijk. Controleer vooral randen langs schuttingen, tegels, bloembakken en minder gebruikte hoekjes. Juist daar blijft wild gras vaak staan.
Zie je veel grasaren langs een populaire hondenroute, dan kun je de gemeente of terreinbeheerder vragen om te maaien. Maak eventueel een foto van de plek en geef duidelijk aan dat het om een risico voor honden gaat. Tot die tijd is ontwijken de beste strategie. Kies tijdelijk een andere route of houd je hond kort aan de lijn langs risicostroken. Een grasaarprobleem voorkomen is veel makkelijker dan er één laten verwijderen.
Controleer na een wandeling in grasrijke gebieden altijd:
Neem snel contact op met de dierenarts als je hond heftig blijft niezen, bloed uit de neus heeft, met de kop schudt, veel aan één oor krabt, mank loopt, een pijnlijke zwelling tussen de tenen heeft, een rood of dichtgeknepen oog heeft, benauwd lijkt, blijft hoesten of duidelijk pijn heeft. Ook als je vermoedt dat er een grasaar zit maar je ziet hem niet, is het verstandig om niet af te wachten. Bij grasaren geldt: hoe eerder je erbij bent, hoe beter.
Soms valt een losse grasaar uit de vacht, maar een grasaar die in de huid, neus, oor of bij het oog zit, verdwijnt meestal niet vanzelf op een veilige manier. Door de weerhaakjes kan hij juist verder kruipen. Blijven de klachten bestaan of wordt je hond pijnlijker, dan is een dierenarts nodig.
Ja, maar alleen als de grasaar los in de vacht zit of heel oppervlakkig vastzit en je hem volledig en zonder pijn kunt verwijderen. Zit hij in het oor, in de neus, in of bij het oog, tussen de tenen onder de huid of in een zwelling? Dan niet zelf peuteren, maar de dierenarts bellen.
Nee. Langharige honden nemen grasaren makkelijker mee, maar ook kortharige honden kunnen grasaren in hun poten, oren, neus of ogen krijgen. Het risico hangt vooral af van waar je hond loopt, hoe actief hij door gras beweegt en hoe snel je hem na de wandeling controleert.
Het grootste risico ligt in de lente en zomer, vooral wanneer grasaren droog en hard zijn. Toch kunnen verdroogde resten soms langer blijven liggen. Controleer je hond dus altijd als hij door ruige begroeiing, bermen of droge grasvelden heeft gelopen.
Grasaren zijn een typisch zomergevaar voor honden. Ze lijken klein en onbelangrijk, maar kunnen door hun scherpe punt en weerhaakjes veel pijn veroorzaken. De beste bescherming is simpel: vermijd hoog en droog gras, controleer je hond na elke wandeling en wees alert op plotseling niezen, kop schudden, kreupelheid, zwelling of oogklachten. Zie je een losse grasaar, verwijder hem direct. Vermoed je dat er eentje vastzit of dieper is gekropen? Bel dan je dierenarts. Snel handelen voorkomt veel ellende en zorgt ervoor dat je hond veilig en vrolijk van zijn wandelingen kan blijven genieten.