
9 verrassende weetjes over konijnengedrag die je nog niet wist
, door Michael van Wassem, 5 min lezen

, door Michael van Wassem, 5 min lezen
Van binkies tot tandenknarsen: ontdek 9 verrassende feiten over konijnengedrag en wat ze jou vertellen over hoe je konijn zich voelt.
Je konijn maakt een sprongetje in de lucht, draait er een halve kwartslag bij en landt alsof er niets gebeurd is. Of hij ploft plotseling zijwaarts neer, alsof hij flauwvalt. Wat gebeurt daar precies? Konijnen hebben een rijk gedragsrepertoire dat voor buitenstaanders vaak verrassend of zelfs verontrustend overkomt, terwijl het voor het konijn zelf de normaalste zaak van de wereld is. Wie deze signalen leert lezen, begrijpt zijn konijn beter en kan sneller zien of hij blij, gestrest of ergens bang voor is.
Hieronder negen weetjes over konijnengedrag die je vermoedelijk nog niet kende, mét uitleg over wat ze betekenen voor jou als eigenaar.
Konijnen worden vaak op één hoop gegooid met hamsters, cavia's en ratten, maar biologisch gezien horen ze niet bij de knaagdieren (Rodentia). Ze vormen een eigen orde: de lagomorfen. Het verschil zit onder andere in het gebit: konijnen hebben achter hun grote, opvallende voortanden nog een tweede, klein paar tandjes zitten, de zogeheten "stifttandjes". Knaagdieren hebben die niet. Het praktische gevolg voor jou: net als bij knaagdieren blijven de tanden van een konijn zijn hele leven doorgroeien, dus voldoende knaagmateriaal en ruwvoer zijn onmisbaar om overgroei te voorkomen.
Springt jouw konijn plotseling op, draait hij in de lucht en schudt hij zijn kop, om vervolgens weer verder te huppelen? Dat heet een "binky" en is een van de duidelijkste tekenen dat een konijn zich uitgelaten gelukkig voelt. Je ziet het vaak bij jonge konijnen of net nadat ze zijn vrijgelaten in een nieuwe, veilige ruimte om te ontdekken. Hoe onhandig het er ook uitziet, er is niets mis met je konijn: dit is precies het gedrag dat je wilt zien.
Een harde bons met beide achterpoten op de vloer heeft een heel andere betekenis dan een binky. In het wild waarschuwen konijnen elkaar zo voor gevaar; de trilling plant zich voort door de grond en alarmeert andere konijnen in de buurt. Bij een huiskonijn kan het duiden op schrik, irritatie of onvrede over iets in zijn omgeving, bijvoorbeeld een onverwacht geluid, een andere hond of kat die te dichtbij komt, of gewoon ontevredenheid dat zijn bakje nog leeg is. Let op wat er vlak voor het bonzen gebeurde: dat vertelt je meestal genoeg.
Duwt jouw konijn met zijn neus tegen je hand of been aan? Dat kan een verzoek om aandacht zijn ("aai me" of "aan de kant"), maar konijnen gebruiken hun kin ook actief om te communiceren op een manier die wij niet ruiken. Onder hun kin zit een geurklier waarmee ze voorwerpen, hun omgeving en soms ook jou markeren als "vertrouwd terrein". Voor het konijn is dat een teken van eigenaarschap en veiligheid, niet van onderdanigheid.
Het oogt onsmakelijk, maar het is essentieel voor de gezondheid van je konijn: 's nachts en vroeg in de ochtend produceert een konijn zachte, met slijmvlies omhulde keutels (caecotrofen) die het direct weer opeet. Dit proces heet caecotrofie en zorgt ervoor dat vitamines, eiwitten en vezels een tweede keer door het spijsverteringskanaal gaan en alsnog worden opgenomen. Zonder deze "tweede vertering" zou een konijn belangrijke voedingsstoffen mislopen. Zie je overdag juist harde, droge keutels liggen? Dat zijn de normale afvalkeutels en die horen niet opnieuw gegeten te worden.
Dankzij de plaatsing van hun ogen aan weerszijden van de kop hebben konijnen een gezichtsveld van bijna 360 graden: ideaal om roofdieren op tijd te spotten. Maar diezelfde bouw zorgt voor een blinde vlek vlak voor de neus en direct achter het hoofd. Kom je van voren met je hand aanzetten om je konijn te aaien, dan kan hij daardoor schrikken, ook al bedoel je het goed. Benader je konijn liever van opzij of van boven in zijn blikveld, zodat hij je aan ziet komen.
Niets is zo schrikken voor een nieuwe konijneneigenaar als een konijn dat zomaar op zijn zij "omvalt" en stokstijf blijft liggen. Dit heet flopperen en is juist een compliment aan jou: een konijn dat zich zo laat vallen, voelt zich compleet veilig in zijn omgeving. Als prooidier ligt een konijn namelijk het liefst rechtop, klaar om te vluchten; alleen in een omgeving zonder gevaar durft hij zich zo overgeven aan ontspanning.
Konijnen die samen leven, likken en poetsen elkaars vacht, met name rond kop en oren waar ze zichzelf niet goed bij kunnen. Dit wederzijdse verzorgen, allogrooming genoemd, versterkt de onderlinge band en bevestigt de sociale rangorde binnen het duo of groepje. Vraagt jouw konijn met zijn kop tegen je hand aan om geaaid te worden? Dan behandelt hij je in feite als soortgenoot, wat een groot compliment is.
Als prooidier verraadt een ziek of gewond konijn in het wild zijn zwakte liever niet, want dat maakt hem een doelwit. Dat instinct is nooit verdwenen: een huiskonijn kan ernstig ongemak hebben en toch een groot deel van zijn normale gedrag blijven vertonen. Let daarom niet alleen op duidelijke pijnsignalen, maar ook op subtiele veranderingen: minder eten, minder ontlasting, stilzitten in een hoekje, tandenknarsen of een veranderde houding. Twijfel je? Neem bij twijfel altijd contact op met een dierenarts met ervaring in konijnen, want konijnen kunnen in korte tijd flink achteruitgaan.
De meeste konijnensignalen zijn simpeler te lezen dan ze lijken zodra je weet waar je op moet letten: een binky en een geflopt konijn betekenen dat het goed gaat, een bons of juist stilzitten in een hoekje vraagt om extra aandacht. Wil je dat je konijn dit ontspannen, natuurlijke gedrag laat zien? Zorg dan voor voldoende ruimte om te rennen en te springen, verrijk zijn omgeving met knaagdierspeelgoed en een knus konijnenhok om zich veilig in terug te trekken, en houd altijd voldoende hooi binnen handbereik, bijvoorbeeld een lekkere hooipendel om aan te knagen. Benieuwd naar het volledige assortiment? Bekijk de konijnenvoer en -snacks bij Fidello.